Langzaam is soms beter

Een pleidooi voor burgerschap en slow politics door Ben Joosten

Na slow food, slow journalism en slow travel, wordt het tijd voor slow politics. Weg met de oneliners en het hijgerig achternajagen van de nieuwst hype; weg met het idee dat daadkracht belangrijker is dan goed nadenken; weg met symboolpolitiek en scoringsdrift. Het wordt tijd om weer serieus na te denken over wat democratie is en hoe het volk, wij, nu eindelijk de macht kan uitoefenen die ons al zo vaak beloofd is.
In slow politics werken burger en bestuur samen aan een leefbare toekomst. Niet met wederzijds wantrouwen, maar met de kaarten open op tafel. Niet met van boven opgelegde regels, maar in onderling overleg. Slow politics rust op drie pijlers:
1. de duurzame stad;
2. de participerende burger;
3. de dienende overheid.

De stad, dat zijn wij
Laten we eerst definiëren wat een stad is. Simpel gesteld is de stad het domein van hen die er wonen en werken: bewoners, ondernemers, studenten. Misschien is de stad ook een beetje van de mensen die hier komen winkelen, of die naar het café en het theater gaan. Wij willen ook de toekomstige bewoners van onze stad meetellen, zelfs degenen die nog niet zijn geboren. Ooit wordt dit hun stad. Wij hebben de plicht dat voor ogen te houden. Tenslotte is er het respect voor erfgoed en traditie. Een stad zonder verleden is een stad zonder ziel. Samengevat: verleden, heden en toekomst; dat allemaal is een stad

Deze visie sluit aan op het gedachtengoed van de Cittaslow beweging. Cittaslow, in 1999 opgericht in het Italiaanse Orvieto, is inmiddels een wereldwijd actief netwerk, waarbij zich ook vijf Nederlandse gemeenten hebben aangesloten. Cittaslow staat voor duurzaamheid, kwaliteit van leven, kleinschaligheid en sociale integratie. Voor een samenleving, kortom, waarin gestreefd wordt naar beter in plaats van naar meer, sneller en groter.
Het Cittaslow-manifest zegt echter niets over hoe het bestuur van zo’n Langzame Stad eruit zou moeten zien. Maar een stad die een visie heeft op het gebied van duurzaamheid, kwaliteit van leven, alternatieve vormen van productie en mobiliteit enzovoorts, en die een beroep doet op burgerschap en sociale cohesie, zo’n stad kan er niet omheen om de democratische voorwaarden te formuleren waaronder deze optimaal tot stand kunnen komen. Want dat is onmogelijk zonder echte burgerparticipatie, zonder het doorbreken van gevestigde bureaucratische belangen en structuren.

Daar komt slow politics om de hoek kijken.
De term slow politics dook aanvankelijk op als ideaalbeeld tegenover de politieke werkelijkheid van mediahypes en dolgedraaide verkiezingscircussen. De slow politicus staat voor bijna vergeten waarden als degelijkheid, betrouwbaarheid en duidelijkheid; waarden die het tegenwoordig moeten afleggen tegen de eis van partijen aan hun kandidaten om zoveel mogelijk in te spelen op de angsten en verlangens van hun electoraat.
Het begrip slow politics wordt in dit ideaalbeeld gebruikt voor een stijl van politiek bedrijven die haaks staat op wat tegenwoordig gangbaar is. De onkreukbare staatsman die zich verre houdt van het vuile spel in de politieke arena – het is een mooi idee. Maar het zou natuurlijk om meer moeten gaan dan alleen stijl en persoonlijkheid. Moeten we het niet eens over de inhoud hebben?

Het Belgische model
David van Reybrouck beschreef onlangs in de Correspondent een aantal meer of minder succesvol verlopen experimenten met zogeheten deliberatieve oftewel overlegdemocratie. Van Reybrouck is een van de oprichters van het Belgische G1000 initiatief dat leidde tot de burgertop van 11 november 2011. 704 van de duizend, door middel van loting aangewezen, burgers uit heel België kwamen die dag naar Brussel om met elkaar te debatteren over thema’s die tevoren via een grootschalige online enquête waren aangedragen. 32 van hen, die ook door middel van het lot waren aangewezen, schreven tenslotte het eindrapport van deze top, resulterend in een aantal aanbevelingen aan de landelijke politiek.
Soortgelijke experimenten zijn ook elders gehouden. New York riep duizend burgers op om te praten over de nieuwe plannen voor Ground Zero. Ook in Canada, Denemarken en Noord Ierland werden debatten opgezet tussen gewone burgers. In IJsland schreven 25 burgers samen de nieuwe grondwet.

Uit dergelijke voorbeelden kunnen we concluderen dat gewone burgers niet alleen mee willen nadenken over politieke vraagstukken, maar dat ook kunnen. Het enige dat ze nodig hebben is voldoende informatie, voldoende handvatten en kaders en vooral voldoende tijd. Plotseling kunnen dan mensen die het hartgrondig met elkaar oneens zijn toch een consensus bereiken. Hoe? Door te praten en te luisteren. Door bereid te zijn om zich te laten overtuigen.
Dit is geen utopie, het is werkelijkheid. Neem burgers serieus en ze nemen zichzelf en elkaar serieus. Geef ze verantwoordelijkheid en ze nemen verantwoordelijkheid. Traditionele verkiezingen en referenda krijgen dat bij lange na niet voor elkaar. Hoe waardevol die democratische instituties ook zijn, ze spreken de burger nu eenmaal aan op een minder fundamenteel niveau. Wie na het stemmen weer vier jaar lang mag zwijgen, voelt zich niet betrokken. Vandaar dat steeds groter wordende leger van zwevende kiezers en wegblijvers.

Het antwoord op de politieke crisis is dus niet: meer van hetzelfde. Maar: meer van het andere. Waarbij we het ons niet te makkelijk mogen maken. Het ligt voor de hand om bij het samenstellen van participerende burgerfora vooral te kijken naar de belangengroepen, wijkbesturen en straatcomités waarin betrokken burgers zich verenigen. Toch moeten we juist óók de mensen willen horen die normaal gesproken liever op de achtergrond blijven. Zij zijn eveneens waardevolle, betrokken burgers. Alleen vind je hen niet op webfora, in ingezonden brieven in de krant of op inspraakavonden op het stadhuis. Zij zullen zich nooit spontaan melden, dus zullen we ze op een andere manier moeten vinden.

Wij bepleiten een fundamenteel ander politiek systeem, dat stedelingen actief betrekt bij het bestuur. Waarin burgers de plaats innemen van duur betaalde externe adviesbureaus. Waarbij een rechtstreeks gekozen gemeenteraad zich op de vingers laat kijken door een netwerk van burgerfora. Zodat besluiten niet meer worden genomen omdat het coalitiebelang dat eist, maar omdat het goede en breed gedragen besluiten zijn.

Maar vaak zien we nu juist het tegengestelde. Steeds vaker klinkt de roep uit de landelijke politiek dat inspraak is ‘doorgeschoten’. Bij referenda worden de vragen in overzichtelijke, voorgekookte multiple choice-vorm gegoten. Snel, makkelijk en simpel. Complexe zaken in one-liners vangen, daarin is de politiek goed. Die weg moet aangelegd, en snel. Die maatregel moet er door en wel onmiddellijk.
Zo niet wij: wij maken liever een pas op de plaats. Wij zijn minder geïnteresseerd in efficiency, en meer in zorgvuldigheid. Minder in snelheid, en meer in een breed draagvlak. Hoe legitiem is een overheid als steeds minder mensen de gang naar de stembus maken? De laatste gemeenteraadsverkiezingen lieten een bedroevend lage opkomst zien, van gemiddeld 54%. Voor de komende verkiezingen zijn de vooruitzichten nóg schokkender. Als minder dan de helft van de burgers nog de moeite neemt om te gaan stemmen, dan is dat beschamend… voor de politiek

Een stad is geen loket
Wil je de mensen ècht bij de politiek betrekken, dan moet je ze serieus nemen. Dat doe je niet door ze aan te spreken als consument, en toch doet de overheid dat steeds vaker. In Nederland ga je niet naar het gemeentehuis maar naar de Stadswinkel voor je rijbewijs, je uittreksel uit het bevolkingsregister en de andere gemeentelijke diensten & producten zoals het in modern overheidsjargon heet. Maar als de overheid tegenwoordig een kruidenier is dan is hij er een van het wantrouwige soort – een die zijn klanten laat bespioneren en vooruitbetaling eist zonder zelf ooit garantie te geven.

Is dat de stand van onze democratie? De overheid ziet ons als calculerende burgers die vinden dat we niemand iets verplicht zijn. Wij van onze kant hebben het over pluche-klevers en zakkenvullers. Als dat de vooruitgang is die we hebben geboekt in het bijna honderd jarig bestaan van het algemeen kiesrecht dan hoeven we daarover niet te juichen…

Slow politics moet niets hebben van dit macabere rollenspel. In slow politics zijn de verhoudingen duidelijk en radicaal anders. Wij zijn de stad! Slow politics keert terug naar de basiswaarden van de democratie:
* alle burgers zijn gelijkwaardig en verdienen respect;
* alle burgers hebben recht op een menswaardig bestaan;
* alle burgers hebben het recht om over hun eigen leven (mede) te beslissen.
Dit is een greep uit de eisen die we aan de overheid kunnen stellen om onze samenleving democratischer en menswaardiger te maken:

De overheid is transparant
Nog steeds bepaalt de overheid wanneer er openheid van zaken wordt gegeven en wanneer niet. Dat is onaanvaardbaar. Ongetwijfeld moeten er uitzonderingen worden gemaakt, bijvoorbeeld als de veiligheid van personen in het geding is. Maar de regel moet zijn: volledige transparantie.

De overheid durft fouten toe te geven
Angst voor kosten en schadeclaims mag nooit een reden zijn om geen excuses aan te bieden als deze gerechtvaardigd zijn. Wij willen een ruiterlijke overheid, die zich in geschillen met individuele burgers durft te onderwerpen aan onafhankelijk arbitrage. Het aanstellen van een gemeentelijke ombudsman zou een goede eerste stap zijn.

De overheid stelt mensen boven regels
Zonder regels functioneert een samenleving niet. Maar het bestaan van regels en procedures mag nooit een excuus zijn om niet meer te hoeven denken. Op elke regel is er een uitzondering – en elke burger heeft het recht om te worden behandeld alsof hij die uitzondering zou kunnen zijn.

De overheid is geen loket
De overheid is geen winkel waar de burger tegen betaling producten kan kopen. Ook hier moet de menselijke maat het uitgangspunt zijn, niet dat wat het minste geld kost. Dus maak het contact digitaal waar het kan en houd het persoonlijk waar het moet. Reken ambtenaren niet af op hoe efficiënt ze zijn, maar hoe zorgvuldig.

De overheid vertrouwt zijn burgers
De overheid erkent het recht op privacy van iedereen – ook van mensen met een bijstandsuitkering. Wantrouwen moet plaats maken voor respect. Cameratoezicht alleen waar het absoluut noodzakelijk is voor de veiligheid van de burger.

De overheid is dienstbaar aan het volk
Nu eist de overheid dat de burger zijn zaken op orde heeft, terwijl diezelfde overheid zijn eigen afspraken niet nakomt, uiterste termijnen overschrijdt en de meest eenvoudige vragen niet of te laat beantwoordt. Dat is onaanvaardbaar. De overheid hoort het voorbeeld te geven.

Lees hier wat Raj Patel schrijft over slow politics en de Zapatistas in Mexico.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>